Uitbreidingstraat 66 - 2600 Berchem

03 203 44 00

Kleinhoefstraat 6 - 2440 Geel

014 63 95 70

Lid worden

Sociaal recht, Arbeidstijdorganisatie, Overuren

KB 213: fiscaal voordelige overuren tijdens de zomerperiode!

24 maart 2026

Op 29 maart springt de klok weer een uur vooruit!

Met de start van het zomeruur kunnen er in de bouwsector bijkomende overuren gepresteerd worden. Deze uren zijn fiscaal voordelig voor zowel de werkgever als de werknemer.

KB 213

Overeenkomstig art. 7 van het K.B. nr. 213 mogen de bouwbedrijven de grenzen van de norma­le arbeids­duur naar rato van 1,5 uur per dag overschrijden. Met een maximum van 180 uur per kalenderjaar gedu­rende de zomerperiode of een periode van intense activiteit.

De “zomerperiode” is de periode waarin het zomeruur van toepassing is. Een periode van “intense activiteit” is een periode waarin activiteiten worden verricht die normaal aanleiding zouden geven tot het presteren van overuren.

Inhaalrust of uitbetaling

Wanneer arbeiders bijkomende uren in toepassing van de regeling K.B. 213 presteren, moet er ofwel:

  • bezoldigde inhaalrust worden toegekend.

Dit moet binnen de 12 maanden na toepassing van de regeling gebeuren naar rato van 1 dag per 8 meer gepresteerde uren. Het overuur wordt betaald aan 100% op het moment van de inhaalrust;

ofwel

  • een uitbetaling van de teveel gepresteerde uren door toekenning van een loontoeslag van 20 % gebeuren.

De arbeider kan kiezen tussen inhaalrust of uitbetaling met loontoeslag van 20 %. Dit moet vóór het einde van de betaalperiode (meestal is dit het einde van de maand) waarin de werknemers bijkomende uren presteerden, gebeuren. Indien de arbeider geen keuze maakt, krijgt hij inhaalrustdagen toegekend.

In tegenstelling tot het algemene stelsel dienen deze inhaalrustdagen niet te worden toegekend alvorens tijdelijke werkloosheid kan worden ingevoerd. 

Fiscaal voordeel

Wanneer u overloontoeslag betaalt, genieten u en uw werknemer per kalenderjaar een fiscaal voordeel voor de eerste 130 overuren. Met de Wet van 12 december 2021 (B.S. 10 januari 2022) werd dit voordeel met terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2021 opnieuw opgetrokken naar 180 overuren per kalenderjaar voor werken in onroerende staat. De voorwaarde dat men overuren na het 130e uur op een bouwplaats moet verrichten met een elektronische aanwezigheidsregistratie (EARS) is geschrapt.

Het fiscaal voordeel wordt aan de werknemers toegekend onder de vorm van een belastingvermindering in de personenbelasting, waarmee reeds rekening gehouden wordt aan het einde van de betrokken maand bij de inhouding van de bedrijfsvoorheffing.  Het voordeel voor de werkgever neemt de vorm aan van een vrijstelling van de verplichting om een deel van de ingehouden bedrijfsvoorheffing door te storten naar de overheid. 

Formaliteiten

Tussenplafond van 130 uur op jaarbasis

Ondernemingen met een vakbondsafvaardiging
Bestaat er een vakbondsafvaardiging in de onderneming, dan is het voorafgaand akkoord van de meerderheid van de leden van deze vakbondsafvaardiging vereist. De afvaardiging beschikt over een termijn van 30 dagen om zich uit te spreken over de invoering van deze arbeidsregeling. Komt er geen reactie binnen deze termijn, dan mag de werkgever de rege­ling toepassen. In geval van een reactie en indien de partijen binnen deze termijn geen akkoord bereiken, vraagt de werkgever de tussenkomst van het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf. Deze aanvraag zal worden ingediend via een organisatie die lid is van het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf. Het verzoeningsbureau dient een uit­spraak te doen binnen 30 dagen nadat de aanvraag is aangekomen bij de Voorzitter van het Paritair Comité.

Ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging

In een onderneming zonder vakbondsafvaardiging neemt de werkgever het initiatief en de verantwoordelijkheid om te beslissen over de overschrijding van de arbeidsduur. Wel dient de werkgever de voorzitter van het Paritair Comité daaromtrent te informeren.

Plafond van 180 uur op jaarbasis

Ondernemingen met een vakbondsafvaardiging

Om het tussenplafond van 130 uur tot het plafond van 180 uur te brengen, is het akkoord van de meerderheid van de vakbondsafvaardiging vereist. De procedure hiervoor is iden­tiek.

Ondernemingen zonder vakbondsafvaardiging

In een onderneming zonder vakbondsafvaardiging ondertekent de werkgever een protocol van toetreding tot de regeling met minstens één arbeider.

Indien het gewest vakbondssecretarrissen heeft, moeten zij het protocol mede ondertekenen. Zij hebben 14 dagen de tijd om het protocol te onderte­kenen of om hun weigering kenbaar te maken. Als zij het protocol weigeren, moeten ze via plaatselijk overleg een verzoening proberen bereiken. Nadat alle beroepsmogelijkheden bij het plaat­selijke overleg uitgeput zijn, mag de meest gerede partij het geschil voorleggen aan het verzoeningsbureau van het Paritair Comité.

Het protocol van toetreding tot deze regeling geldt voor de duur van één jaar en hernieuwt behoudens stilzwijgend protest.

Aanpassing van de uurroosters

Om de overschrijding van de grenzen van de normale arbeidsduur in de week met 1,5 uur en/of prestaties op zaterdag toe te passen, moet het arbeidsreglement worden aangepast en moeten de uurroosters die in de onderneming van kracht zijn hierin worden opgenomen.

Het arbeidsreglement moet tevens de termijn voor de bekendmaking van de wijziging van de uurregeling bevatten (ten minste 24 uur vooraf, behoudens uitzonderlijke situaties).

Het arbeidsreglement van de onderneming wordt vol­gens de gewone procedure aangepast.

Modeldocumenten

Dialog

Tekst

Ok Annuleer