-
Zetel Antwerpen
Uitbreidingstraat 66
2600 Berchem
T 03 203 44 00
-
Zetel Kempen
Kleinhoefstraat 6
2440 Geel
T 014 63 95 70
Ondernemingsnummer BE0627 844 475
15 juni 2026
Je voert werken uit als onderaannemer op een overheidsopdracht. De hoofdaannemer zit in gerechtelijke reorganisatie. Je wordt niet betaald en stelt een rechtstreekse vordering in bij de aanbesteder.
Het antwoord dat je krijgt, klinkt soms als volgt: “Wij zijn niets meer verschuldigd aan de hoofdaannemer. De schuldvorderingen van de hoofdaannemer zijn overgedragen aan de bank (de zogenaamde “cessie” van schuldvordering). U moet zich tot hen richten.” De bank geeft aan dat de cessie voorrang heeft op de rechtstreekse vordering.
Einde verhaal?
Niet helemaal.
Hoofdaannemers dragen hun schuldvorderingen vaak over aan een bank of kredietverstrekker.
Dat gebeurt onder meer om voorfinanciering te krijgen, omdat ze liquiditeitsproblemen hebben of omdat ze hun vorderingen “verkopen” om sneller cash te krijgen.
De bank betaalt dan (gedeeltelijk) vooraf, en krijgt in ruil het recht om later de betaling van de aanbesteder te ontvangen.
Op het eerste gezicht lijkt de redenering simpel: de schuldvordering is weg dus de onderaannemer heeft niets meer om zijn rechtstreekse vordering op te grijpen.
Maar dat is te kort door de bocht, zeker bij overheidsopdrachten.
Artikel 87/1 van de Wet Overheidsopdrachten vertrekt eigenlijk van een duidelijke regel: Schuldvorderingen uit een overheidsopdracht mogen in principe niet worden overgedragen of verpand vóór oplevering
Dat is bewust zo opgezet om te vermijden dat derden het project “doorkruisen” en om de betalingsketen (aannemer – onderaannemer) te beschermen.
De wet laat één belangrijke uitzondering toe: overdracht aan kredietverstrekkers is mogelijk, maar niet onbeperkt. De voorwaarden zijn strikt:
Concreet betekent dit dat de hoofdaannemer en/of de bank moet kunnen aantonen dat die cessie effectief dient om het project te financieren. Lukt dat niet? Dan is de cessie niet geldig onder artikel 87/1.
De eerste conclusie voor onderaannemers in kader van overheidsopdrachten is dat die zich altijd eerst de vraag dienen te stellen: op basis waarvan is die cessie gebeurd?
Dan wordt het interessant. De klassieke reflex is: “De bank is eerst dus die heeft voorrang”. Maar dat klopt hier niet zomaar.
De wet en rechtspraak vertrekken van een ander principe: de bescherming van de onderaannemer blijft bestaan zolang het geld nog niet betaald is.
Concreet betekent dit dat de cessie op zich de schuldvordering niet weg neemt. Het onderpand van de onderaannemer in overheidsopdrachten verdwijnt pas wanneer de aanbesteder effectief de kredietverstrekker of bank betaalt voordat die onderaannemer zijn rechtstreekse vordering heeft gesteld.
Het draait allemaal rond één vraag:Is er nog geld verschuldigd op het moment dat jij je rechtstreekse vordering stelt?
Hypothese 1: De aanbesteder heeft al betaald aan de bank
Dan is de kas leeg. Je hebt niets meer om op te grijpen en je staat achteraan in de rij. Uiteraard zijn er nog andere voorrechten die kunnen gelden, maar die maken niet het voorwerp uit van deze bijdrage.
Hypothese 2: De aanbesteder moet nog betalen
Dan bestaat het onderpand nog en jij kan daar nog op tussenkomen. In dat geval werkt jouw rechtstreekse vordering eigenlijk als een verzet tegen betaling aan de bank
De rechtstreekse vordering “bevriest” je rechten op het moment dat ze wordt ingesteld. Met andere woorden: Niet de datum van de cessie is doorslaggevend, maar het moment waarop jij optreedt.
De rechtspraak bevestigt dit mechanisme duidelijk: Het voorrecht van de onderaannemer gaat pas teniet wanneer de gelden effectief zijn betaald en een onderaannemer kan voorrang hebben op een cessionaris, op voorwaarde dat hij tijdig optreedt (verzet).
Met andere woorden:de bank kan perfect een geldige cessie hebben…maar dat betekent niet dat zij automatisch wint.
In een dossier met cessie moet je eigenlijk altijd deze drie vragen stellen:
Werd ze gebruikt voor de financiering van de opdracht? (bewijslast hoofdaannemer/bank)
Zo ja: probleem want geen rechtstreekse vordering
Zo nee: rechtstreekse vordering kan
Zo ja: je kan nog op het onderpand grijpen
Zo nee: je bent te laat
De essentie is dat een cessie (zelfs aan een bank) niet automatisch betekent dat je als onderaannemer niets meer kan doen. Alleen wanneer het geld al effectief betaald is, ben je te laat.