-
Zetel Antwerpen
Uitbreidingstraat 66
2600 Berchem
T 03 203 44 00
-
Zetel Kempen
Kleinhoefstraat 6
2440 Geel
T 014 63 95 70
Ondernemingsnummer BE0627 844 475
24 maart 2026
Sinds de invoering van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het verbod op onrechtmatige bedingen expliciet verankerd in het Belgische contractenrecht. Artikel 5.52 BW bepaalt dat elk beding waarover niet onderhandeld kan worden en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen, onrechtmatig is en voor niet geschreven wordt gehouden.
Dit principe gold al langer in B2C- en B2B-relaties, maar de toepassing op overheidsopdrachten is relatief nieuw en zorgt voor een belangrijke verschuiving in de praktijk.
Opvallend is dat de wetgever bewust een algemeen vangnet heeft gecreëerd: artikel 5.52 BW kan toch bescherming bieden tegen onrechtmatige bedingen in overheidsopdrachten en de daaruit voortvloeiende contracten.
Een beding is onrechtmatig als het een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen. Dat betekent dat de rechter niet elk onevenwicht zal sanctioneren, maar enkel wanneer het duidelijk en manifest is.
De beoordeling gebeurt steeds in concreto: alle omstandigheden van het contract worden in rekening gebracht, zoals de aard van de opdracht, de overige contractuele bepalingen en de sectorale gebruiken.
Voorbeelden van onrechtmatige bedingen zijn:
Belangrijk: Bedingen die louter wettelijke of reglementaire bepalingen herhalen (zoals het KB AUR 2017) worden niet als onrechtmatig beschouwd. Het gaat dus vooral om afwijkingen of aanvullingen die het evenwicht verstoren.
In de praktijk betekent dit dat opdrachtnemers meer wapens in handen hebben om zich te verzetten tegen onredelijke clausules. Een onrechtmatig beding is van rechtswege nietig: het wordt geacht nooit te hebben bestaan, zonder dat een rechterlijke uitspraak vereist is. Toch is het aangewezen om tijdig bezwaar te maken.
De rechter beperkt zich tot een marginale toetsing: enkel wanneer het evenwicht manifest zoek is, zal een beding als onrechtmatig worden beschouwd. Dit zorgt voor een zekere rechtszekerheid, maar vereist wel dat opdrachtnemers hun huiswerk maken en hun rechten kennen.
De recente wijzigingen in het KB AUR (o.a. het KB van 12 augustus 2024) en de invoering van Boek 5 BW zorgen voor een striktere toetsing van opdrachtdocumenten.
Aanbesteders moeten niet alleen rekening houden met de klassieke afwijkingsregels, maar ook met het proportionaliteitsbeginsel en het verbod op onrechtmatige bedingen. Dit betekent dat zelfs als een beding formeel voldoet aan het KB AUR, het alsnog nietig kan zijn wegens strijd met het proportionaliteitsbeginsel of artikel 5.52 BW.
Voor opdrachtnemers is het dus essentieel om:
Heb je vragen over een specifiek bestek of twijfel je aan een clausule? Neem contact op met het juridisch departement van Embuild Antwerpen. Wil je je verder verdiepen? Bekijk dan zeker onze opleidingen en modelclausules.