Uitbreidingstraat 66 - 2600 Berchem

03 203 44 00

Kleinhoefstraat 6 - 2440 Geel

014 63 95 70

Lid worden

Vive le vélo

01 juli 2026

Wat een fietsvergoeding leert over vertrouwen, registratie en een ontslag om dringende reden

Een recent vonnis van de arbeidsrechtbank Gent bevat een belangrijke les voor werkgevers. Zelfs ogenschijnlijk beperkte manipulaties in een registratiesysteem kunnen toch kunnen uitmonden in een ontslag om dringende reden.

In deze zaak wijzigde een teamleader herhaaldelijk zijn eigen fietsregistraties om onterecht een fietsvergoeding te ontvangen. De werkgever besliste om de man te ontslaan; de werknemer besliste om het ontslag aan te vechten. Niettegenstaande hij een bijzondere ontslagbescherming genoot als niet-verkozen kandidaat bij de sociale verkiezingen, hield het ontslag toch stand.

Voor bouwbedrijven is dit meer dan een interessant arbeidsrechtelijk precedent. Het vonnis illustreert hoe belangrijk het is om registratiesystemen en interne controles goed op elkaar af te stemmen en om incidenten zorgvuldig te onderzoeken. Dit geldt zeker wanneer tijdsregistratie, mobiliteitsvergoedingen en andere loonvoordelen in de praktijk samenkomen.

De feiten

Binnen de betrokken onderneming gold een specifiek intern fietsbeleid. Werknemers ontvingen enkel een fietsvergoeding als zij op jaarbasis minstens 50% van hun woon-werkverplaatsingen met de fiets aflegden. De registraties gebeurden in een centraal Excel-bestand, waarbij de teamleader toegang had tot de gegevens van zijn ploeg. Volgens de geldende policy mocht de teamleader zijn eigen fietsdagen niet registreren. Dat was uitsluitend de taak van zijn directe leidinggevende.

Na een melding binnen de organisatie volgde een controle. De werkgever stelde vast dat de teamleader meerdere registraties van zijn eigen verplaatsingen had aangepast van “niet met de fiets” naar “wel met de fiets”. Uit een combinatie van Excel-wijzigingslogs, badgegegevens van de fietsenstalling, tijdsregistratie en camerabeelden bleek volgens de rechtbank evenwel dat hij op verschillende dagen in werkelijkheid met de wagen naar het werk was gekomen.

De werknemer voerde aan dat sprake was van vergissingen, werkdruk en een foutgevoelig Excel-bestand. De rechtbank volgde dat verweer niet omdat de wijzigingen herhaaldelijk gebeurden, vaak pas dagen of weken later. Bovendien spraken meerdere onafhankelijke bronnen dit ook tegen.

Het bewijs

De rechtbank hechtte veel belang aan de manier waarop het dossier was opgebouwd. Het onderzoek vertrok vanuit een concrete interne vaststelling. Daarna verifieerde de werkgever de vastgestelde inconsistenties gericht aan de hand van logbestanden en badgegegevens. Pas in laatste instantie consulteerde men de camerabeelden voor een beperkt aantal relevante data.

Dat is een belangrijke les voor de praktijk. Niet één enkel element droeg het bewijs maar net de samenloop van meerdere onafhankelijke bronnen en een duidelijke chronologie van de vaststellingen maakte het dossier overtuigend.

Ook het argument dat het interne onderzoek strijdig zou zijn met de Wet Private Opsporing werd verworpen. Volgens de rechtbank beschikte de interne dienst over de vereiste voorlopige vergunning, verliep het onderzoek proportioneel en bestonden de belangrijkste bewijselementen bovendien los van de discussie over die vergunning.

De lessen voor onze bouwbedrijven

In de bouwsector is deze les bijzonder relevant. Veel ondernemingen werken vandaag met systemen voor tijdsregistratie, mobiliteitsvergoedingen, fietsvergoedingen, aanwezigheden op de werf en andere vergoedingen die rechtstreeks doorwerken in payroll en personeelsadministratie.

Waar medewerkers of leidinggevenden hun eigen gegevens kunnen raadplegen of aanpassen zonder duidelijke scheiding tussen invoer en controle, ontstaat een reëel risico op fouten, discussies of misbruik. Dit vonnis toont dat werkgevers niet alleen duidelijke regels nodig hebben maar ook registratiesystemen die controleerbaar, bewijswaardig en praktisch werkbaar zijn.

Daar komt nog bij dat tijdsregistratie in de bouw een uitgesproken hot topic blijft. De sector wacht nog steeds op bijkomende duidelijkheid over de concrete toepassing van de aangekondigde regels vanaf 1 januari 2027. Veel bouwbedrijven zitten dus vandaag met terechte vragen over de toekomstige inrichting van hun systemen en processen.

Drie concrete aandachtspunten

Voor bouwbedrijven zijn uit dit vonnis minstens drie duidelijke aandachtspunten af te leiden:Ontslagdossiers en intern onderzoek: wanneer onregelmatigheden opduiken, moet snel worden beoordeeld welke feiten bewezen kunnen worden, welke

Dialog

Tekst

Ok Annuleer