Th. Van Rijswijckplaats 7 - 2000 Antwerpen

03 203 44 00

Kleinhoefstraat 6 - 2440 Geel

014 63 95 70

Lid worden

Gewaarborgd loon, Sociaal recht, Loopbaan, Tijdelijke werkloosheid, Schorsing van de arbeidsovereenkomst

Wat te doen bij te slecht weer?

01 april 2022

Het gebeurt wel vaker dat het weer het niet toelaat om jouw arbeiders veilig aan het werk te zetten, en ze dus genoodzaakt zijn hun werk te onderbreken. Wanneer de weersomstandigheden het niet toelaten om werken uit te voeren, bestaan er twee systemen om de arbeiders te compenseren voor de niet-gewerkte uren of dagen.

TIJDELIJKE WERKLOOSHEID WEGENS SLECHT WEER (WET VAN 3 JULI 1978, ART. 50)

De uitvoering van de arbeidsovereenkomst kan geschorst worden omwille van het slechte weer.

Met “slecht weer” bedoelt men de weersomstandigheden die, gezien de aard van het werk, de uit­voering van het werk onmogelijk maken. In de praktijk gaat het hierbij om vorst, regenval, grote warmte, … die het werken onmogelijk maken of de grondstoffen of bedrijfsmiddelen onbruik­baar maken.  In dit geval kan de werk­ge­ver zijn arbei­ders tijdelijk werk­loos stellen en dit voor zolang het slechte weer de werkher­vat­ting verhindert.

Wanneer kan beroep gedaan worden op tijdelijke werkloosheid?

  • De arbeidstaak is nog niet aangevat
  • Het slecht weer is de rechtstreekse oorzaak van de onmogelijkheid om het werk uit te voeren;
  • Alle volledige dagen inhaalrust zijn toegekend (inhaalrust voor overwerk, zondagwerk, arbeid op een feestdag, …).

De melding aan de RVA moet in principe gebeuren op de eerste dag van de maand waarop er een effectieve schorsing van de arbeidsovereenkomst is wegens slecht weer of uiterlijk de werkdag erop volgend.  Indien de werkgever met zekerheid weet dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst werke­lijk geschorst zal worden, mag de melding ook op de werkdag die aan de eerste dag van de schorsing voorafgaat, gebeuren. 

Er is een vrijstelling van deze meldingsplicht wanneer er voor de betrokken arbeider eerder in de maand reeds een melding in het kader van tijdelijke werkloosheid omwille van economische redenen diende te gebeuren.

De werkgever moet voor elke maand tijdens dewelke de arbeidsovereen­komst wegens slecht weer geschorst wordt, de RVA verwittigen. Deze melding mag op meerdere arbei­ders betrek­king hebben indien zij :

  • op dezelfde bouwplaats (zouden) tewerkgesteld worden;
  • op dezelfde dag in die maand voor het eerst tijdelijk werkloos worden gesteld;
  • wegens dezelfde “slecht weersoorzaak” moeten stempelen.

Voor meer informatie over de aangifte van tijdelijke werkloosheid bij slecht weer kan je terecht op:

GEWAARBORGD DAGLOON (WET VAN 3 JULI 1978, ART. 27)

Arbeiders die het werk niet kunnen voortzetten, hebben toch recht op loon alsof zij hun dagtaak normaal hadden kunnen volbrengen indien ze voldoen aan volgende voorwaarden:

a)     de werknemer moet geschikt zijn om te werken op het ogen­blik dat hij zich naar het werk begeeft

b)     de werknemer moet zich normaal naar zijn werk begeven hebben

c)      het niet kunnen beginnen of het niet kunnen voortzetten van het werk moet toe te schrijven zijn aan een reden onafhankelijk van de wil van de werkne­mer

d)     de verhindering mag geen gevolg zijn van een staking.

Voor de bouwvakarbeiders die tewerkgesteld worden in onder­nemingen met het R.S.Z.-kengetal “024” of “054” is in afwijking van het hier­boven vermeld principe in een specifieke regeling ingeval van onwerkbaar weer voorzien, in die zin dat:

a)     50 % van het loon rechtstreeks door de werkgever betaald wordt voor de wegens slecht weer verloren arbeidsuren;

b)     50 % wordt gecompenseerd door de toekenning van weer­verletzegels ten belope van 2 % van het brutoloon verdiend tijdens het dienst­jaar van 1 janu­ari tot en met 31 december van een jaar

Het bedrag van de weerverletzegels wordt aan de arbeiders door hun uitbetalingsinstelling uitgekeerd na afgifte van hun weerverlet­kaart, die zij van de werkgever uiterlijk op 29 april volgend op het einde van het betrokken dienstjaar moeten ontvangen.

Deze specifieke regeling inzake gewaarborgd loon bij slecht weer voor de bouwsector geldt enkel voor die bouwvakarbeiders die bij hun aankomst op de bouw­plaats effectief starten met hun normale arbeidstaak, en die taak door het slechte weer niet kunnen verder zetten. Bouwvakarbeiders die bij hun aankomst op de bouwplaats vaststellen dat er die dag niet kan gewerkt worden, hebben niet langer recht op het gewaarborgd dagloon maar kunnen zich wel beroepen op een uitkering van de RVA (zie deel 2 “Tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer”)

Tijdens de onderbreking van het werk wegens het slechte weer moeten de arbeiders echter wel  ter beschik­king blijven van de werkgever om het werk onmid­dellijk te hernemen van zodra de toestand het toelaat of bereid zijn om eventueel aangeboden vervan­gingswerk uit te voeren. Het is de werkgever of zijn aangestelde die beslist of het slecht weer al dan niet de schor­sing van de arbeid met zich meebrengt. De werkgever is wel verplicht om aan zijn arbeiders de mobiliteitsvergoeding en (eventueel) de tussenkomst in de verplaatsingskosten te betalen.


Dialog

Tekst

Ok Annuleer