-
Zetel Antwerpen
Uitbreidingstraat 66
2600 Berchem
T 03 203 44 00
-
Zetel Kempen
Kleinhoefstraat 6
2440 Geel
T 014 63 95 70
Ondernemingsnummer BE0627 844 475
26 mei 2025
De bouwsector past regelmatig tijdelijke werkloosheid toe, bijvoorbeeld door slecht weer of economische omstandigheden.
Deze dagen kosten de werkgever telkens geld, wanneer er meer dan een bepaald aantal dagen per jaar worden overschreden, moet hij terugbetalingen doen aan Constructiv of zelfs een responsabiliseringsbijdrage betalen.
In dit artikel leggen we uit met welke grenzen er rekening moet gehouden worden maar let op: er wordt vaak gerekend op basis van een zes-dagenweek.
Eerst geven we een overzicht van wat een bouwarbeider ontvangt bij tijdelijke werkloosheid:
In de bouwsector bestaat er al lang een regeling van aanvullende vergoedingen die Constructiv toekent aan de bouwarbeiders bij tijdelijke werkloosheid.
Sinds 2012 is er ook een wettelijke verplichting om aan elke werknemer, die tijdelijk werkloos is ten gevolge van gebrek aan werk om economische redenen, weerverlet of technische stoornis, een aanvullende vergoeding van minimaal € 2 per dag toe te kennen. Deze wettelijke vergoeding zit omvat in de aanvullende vergoeding die Constructiv toekent.
Dit bedrag moet wel betaald worden aan de bouwarbeiders die (nog) geen recht hebben op de sectorale vergoeding.
Constructiv kent aan de bouwarbeiders die tijdelijk werkloos worden gesteld en die houder zijn van een legitimatiekaart “rechthebbende”[1] een aanvullende vergoeding toe, zijnde:
De bruto bedragen (uitgedrukt in een regeling van 6 vergoedbare dagen per week):
De arbeiders (PC 124) die geen recht hebben op de sectorale aanvullende vergoeding, zullen van Constructiv wel de wettelijke vergoeding van € 2 ontvangen voor:
Let wel, € 2 is het bedrag dat geldt per dag tijdelijke werkloosheid uitgedrukt in een vijf-dagenstelsel.
Voor elke dag tijdelijke werkloosheid, omwille van economische redenen, weerverlet of technische stoornis, die zich voordoet nadat de arbeider zijn recht op aanvullende vergoedingen heeft uitgeput bij Constructiv, moet de werkgever zelf de wettelijke vergoeding betalen.
Als bewijs van uitputting van zijn rechten, ontvangt de arbeider van zijn uitbetalingsinstelling een attest dat hij aan zijn werkgever moet overhandigen om de betaling te bekomen. Het attest vermeldt de datum vanaf wanneer de werkgever moet tussenkomen tot op het einde van het dienstjaar (30 september).
De werkgever moet geen vergoeding betalen wanneer de tijdelijke werkloosheid zich situeert in een door Constructiv erkende periode van vorst of blijvende sneeuw . Constructiv kent voor deze dagen steeds een aanvullende vergoeding toe, ook na uitputting van het krediet van 60 dagen.
De werkgever moet evenmin een wettelijke vergoeding betalen wanneer de tijdelijke werkloosheid een andere oorzaak heeft dan gebrek aan werk om economische redenen, weerverlet of technische stoornis.
Vergoedingen voor erkende periodes van vorst en sneeuw zullen niet teruggevorderd worden.
Maar wat met economische werkloosheid en weerverlet buiten de erkende vorst en sneeuwperiode?
Zij krijgen elk afzonderlijk een aparte drempel van 24 dagen (in het zes-dagenstelsel komt dat dus overeen met vier werkweken)
Stel dat de drempel wordt overschreden voor economische werkloosheid maar niet voor weerverlet?
Dan blijft de vergoeding voor dat weerverlet buiten schot, maar is er wel een terugvordering voor de dagen economische werkloosheid.
Wordt geen van beide drempels overschreden?
Dan moet de werkgever niets terugbetalen.
Let op: de drempels wijzigen op geen enkele manier de rechten van de arbeiders op een aanvullende vergoeding. Dat recht blijft bestaan in de erkende periodes van vorst en sneeuw, aangevuld met maximaal 60 dagen voor andere vormen van tijdelijke werkloosheid.
De wettelijke vergoeding van € 2 betaald voor de dagen tijdelijke werkloosheid die zich situeren in een door Constructiv erkende periode van vorst of blijvende sneeuw blijft ten laste van de sector. Er is dus ook voor deze dagen geen terugvordering.
Constructiv vordert van de werkgever de terugbetaling van de wettelijke vergoeding van € 2 toegekend voor de andere dagen en dit vanaf dag 1 bij de overschrijding van één van beide drempels (meer dan 24 dagen weerverlet of economische werkloosheid).
Ook hier gelden de verhogingen die toegepast worden bij de terugvordering van de vergoedingen-bouw in geval van veelvuldig gebruik van economische werkloosheid: € 15 per dag vanaf de 36ste dag tot de 44ste dag economische werkloosheid en € 30 per dag vanaf de 45ste dag tot de 60ste dag economische werkloosheid.
We gaan deze verschillende berekeningswijzen proberen duidelijk te maken aan de hand van nog een aantal voor-beelden.
Alle bedragen gelden voor een arbeider in categorie III (met legitimatiekaart), die dus recht heeft op een aanvullende vergoeding van € 10,08 per dag.
De dagen weerverlet vallen buiten de erkende periode van vorst en sneeuw.
Alle dagen zijn omgerekend naar een zes-dagenstelsel.
Antwoord: niets
Noch door het weerverlet, noch door de economische werkloosheid werd de nieuwe drempel van 24 dagen overschreden.
Antwoord: € 100,48
Geen terugbetaling voor de economische werkloosheid, want de drempel van 24 dagen werd niet overschreden. Het weerverlet overschrijdt zijn drempel met 6 dagen. De terugbetaling bedraagt dus € 10,08 x 6, plus € 40 voor de eerste 24 dagen.
Antwoord: € 617,08
Geen terugstorting voor het weerverlet, want dat blijft onder de nieuwe drempel van 24 dagen. De drempel van de economische werkloosheid is met 26 dagen overschreden. Dat geeft een terugbetaling van € 10,08 x 26, plus € 40 voor de eerste 24 dagen. Samen is dit € 302,08.
Daarnaast duurt de werkloosheid langer dan 35 dagen. Dat geeft een extra bijdrage van € 15 x 9 (voor dag 36 tot 44) plus € 30 x 6 (dag 45 tot 50), zijnde € 315. Het totaal is € 617,08.
Antwoord: € 200,96
Het weerverlet zit één dag boven de drempel van 24 dagen. De terugstorting bedraagt € 10,08 x 1 plus € 40 voor de eerste 24 dagen. Dat geeft € 50,08 voor het weerverlet. De economische werkloosheid zit 11 dagen boven de limiet. De terugstorting bedraagt in dit geval € 10,08 x 11, plus € 40 ofwel € 150,88. Het totaal bedraagt € 200,96.
Bovendien zal Constructiv een forfaitair bedrag van € 60,00 per rustdag terugvorderen bij de werkgevers als de arbeider tijdens de referteperiode minstens 50 dagen economische werkloosheid heeft gekend.
Als de arbeider in die periode bij slechts één werkgever werkte, wordt dat bedrag van € 60,00 per rustdag teruggevorderd bij diezelfde werkgever.
Was de arbeider bij meerdere werkgevers tewerkgesteld, dan gebeurt de terugvordering alleen bij die werkgever(s) waar er sprake was van overmatig gebruik van economische werkloosheid voor die werknemer in de referteperiode.
Overmatig gebruik van economische werkloosheid wordt vastgesteld als de volgende formule groter of gelijk is aan 0,2185:
(aantal dagen EW bij werkgever) / (aantal dagen DMFA – vakantiedagen – rustdagen) ≥ 0,2185
Het terug te vorderen bedrag wordt als volgt berekend:
Aantal vergoede dagen x € 60 x (aantal dagen EW bij werkgever) / (aantal dagen EW in de referteperiode)
Als werkgever in de bouwsector moet je een bijdrage betalen aan de RSZ zodra je in een jaar meer dan 110 dagen (bij een 5-daagse werkweek) een werknemer tijdelijk werkloos hebt gesteld om economische redenen. De bijdrage bedraagt € 46,31 voor elke dag dat de grens van 110 dagen wordt overschreden.
De RSZ berekent elk jaar automatisch hoeveel je moet betalen, op basis van de gegevens uit de DMFA-aangiften van het vorige jaar. Ze tellen het totaal aantal dagen economische werkloosheid per werknemer dat je hebt aangegeven. Als één of meer werknemers meer dan 110 dagen werkloosheid hebben gehad, stuurt de RSZ een bericht naar jou met het bedrag dat je moet betalen.
[1] Deze is geldig voor een dienstjaar, d.w.z. van 1 oktober tot 30 september van het jaar daarop. Een arbeider krijgt de kaart als hij in het voorgaande kalenderjaar voldoende prestaties in de bouw kan voorleggen. In principe zijn er 200 dagen nodig maar de kaart wordt ook bij gelijkstelling toegekend, bv. aan jonge arbeiders die in de bouw beginnen.