Th. Van Rijswijckplaats 7 - 2000 Antwerpen

03 203 44 00

Kleinhoefstraat 6 - 2440 Geel

014 63 95 70

Lid worden

Bouwrecht, Milieu en energie

Het DNSH-principe: Duurzaamheid in de Bouwsector

27 mei 2024

Het DNSH-principe, of “Do No Significant Harm”, is een opkomend concept binnen de bouwsector dat steeds meer aandacht krijgt. Dit principe draait om het vermijden van aanzienlijke schade aan het milieu en de klimaatdoelstellingen bij alle activiteiten, projecten en investeringen. Maar wie moet zich aan dit principe houden en hoe kan het een rol spelen binnen de bredere context van ESG (Environmental, Social, Governance)?

Op wie is het van toepassing?

Het DNSH-principe is in eerste instantie van toepassing op bedrijven die zichzelf als “duurzaam” willen positioneren op de markt. Dit omvat architecten, bouwbedrijven, projectontwikkelaars en vastgoedinvesteerders die streven naar duurzame praktijken in hun activiteiten. Daarnaast zijn ook overheden die bouwvergunningen verlenen en financiële instellingen die bouwprojecten financieren gebonden aan dit principe.

Een rol binnen ESG en CSRD

Het DNSH-principe kan ook een cruciale rol spelen binnen de bredere context van ESG en de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). ESG verwijst naar milieukwesties, sociale verantwoordelijkheid en goed bestuur, en het DNSH-principe past perfect binnen de “E” van ESG. Bovendien vereisen initiatieven zoals de CSRD dat bedrijven gedetailleerde informatie verstrekken over hun milieu- en sociale prestaties naast financiële gegevens. Het toepassen van DNSH-standaarden en het rapporteren over de naleving ervan zou dus in lijn zijn met de vereisten van CSRD.

Concrete voorbeelden in de bouwsector

  • Het gebruik van duurzame materialen zoals hout met een FSC-certificering (Forest Stewardship Council) voor bouwprojecten om ontbossing tegen te gaan.
  • Het implementeren van energiezuinige HVAC-systemen (verwarming, ventilatie en airconditioning) in gebouwen om het energieverbruik te verminderen en de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
  • Het ontwerpen van groene ruimtes en daktuinen om de biodiversiteit te bevorderen en stedelijke hittestress te verminderen.

Soft verplichting en toekomstige trends

Hoewel DNSH mogelijk niet direct wordt voorgeschreven door wet- en regelgeving als harde verplichting, kan het wel als soft verplichting worden beschouwd vanwege de groeiende druk van investeerders, consumenten en regelgevers op bedrijven om duurzamer te handelen.

Dit kan vooral relevant worden tegen eind 2024, wanneer grotere ondernemingen naar verwachting kleinere ondernemingen zullen bevragen over hun ESG-prestaties. Het implementeren van DNSH-standaarden kan dan dienen als een middel om te reageren op deze vragen en de verwachtingen van opdrachtgevers te voldoen.

Kortom, het DNSH-principe is niet alleen een ethische verplichting voor bedrijven die streven naar duurzaamheid, maar het kan ook een waardevolle component zijn binnen de bredere context van ESG en CSRD. Door DNSH-standaarden te implementeren en hierover transparant te rapporteren, kunnen bedrijven niet alleen voldoen aan de verwachtingen van investeerders en regelgevers, maar ook bijdragen aan een meer duurzame samenleving.

Meer informatie over de werking van de DNSH toetsing en toegang tot de nationale en bovennationale ondersteuning, kunnen worden aangevraagd bij de Vlaamse Overheid op dnsh.rrf@vlaanderen.be.

Meer vragen bij dit onderwerp?

Word lid

Dialog

Tekst

Ok Annuleer