Uitbreidingstraat 66 - 2600 Berchem

03 203 44 00

Kleinhoefstraat 6 - 2440 Geel

014 63 95 70

Lid worden

Inhoudingsplicht bij buitenlandse onderaannemers

30 september 2026

Steeds meer Belgische aannemers doen beroep op buitenlandse onderaannemers. Dat biedt kansen, maar brengt ook extra controleverplichtingen met zich mee. Wie facturen betaalt aan een buitenlandse onderaannemer, moet immers nagaan of er sociale of fiscale schulden bestaan. Doe je dat niet of pas je de inhoudingsplicht niet correct toe, dan riskeer je zelf aansprakelijk te worden gesteld.

Volgens artikel 30 bis/ter (§4, 7de lid) van de socialezekerheidswet van 27 juni 1969 geldt voor buitenlandse werkgevers de volgende regel:
“Een niet in België gevestigde werkgever die geen sociale schulden heeft in België én voor alle in België tewerkgestelde werknemers geldige A1-detacheringsbewijzen kan voorleggen, is vrijgesteld van de inhoudingsplicht.”

Een aanvraag van een A1-document of een bewijs dat een aanvraag werd ingediend, volstaat niet. Vraag steeds het officiële A1-document op en controleer of het betrekking heeft op de betrokken werknemer en de periode waarin die werknemer op de Belgische werf actief is.

Ontbreekt voor één of meerdere werknemers een geldig A1-document, dan moet je voorzichtig zijn en de inhoudingsplicht toepassen.

Sinds 28 juni 2024 kunnen aannemers via de website www.ccheckinhoudingsplicht.be ook nagaan of buitenlandse bouwondernemingen schulden hebben bij de PDOK. Deze controle gebeurt op basis van het intracommunautaire btw-nummer of, indien aanwezig, het Belgische ondernemingsnummer van de buitenlandse onderneming.

De controle kan drie mogelijke resultaten opleveren:

Groen of rood attest

De onderneming heeft werknemers gedetacheerd in de bouwsector en is dus gekend bij de PDOK. Het attest geeft aan of er al dan niet sociale schulden bestaan. Bij een rode melding is een inhouding vereist.

Grijze melding

Een grijze melding betekent dat er geen Limosa-aangiftes voor werknemers in de bouwsector gekend zijn bij de PDOK. In principe hoeft er dan geen inhouding te gebeuren.

Maar als blijkt dat de onderneming wel degelijk actief is in België met gedetacheerde werknemers, dan is voorzichtigheid geboden.

Mogelijk werden geen Limosa-aangiftes verricht of zijn de gegevens niet correct doorgestroomd naar de PDOK. In dat laatste geval kan een kopie van de Limosa-aangifte worden bezorgd aan foreign@opoc-pdok.be.

Belangrijk is dat een gunstig PDOK-resultaat op zich niet volstaat. Ook wanneer de onderneming als “in orde” verschijnt in de databank, blijft de controle van de A1-attesten noodzakelijk. Een onderneming zonder PDOK-schulden maar zonder geldige A1-attesten voldoet immers niet automatisch aan alle voorwaarden voor vrijstelling van inhouding.

Naast de sociale schulden moet je ook nagaan of je buitenlandse onderaannemer fiscale schulden heeft. Op dit vlak maakt de wet geen onderscheid tussen Belgische en buitenlandse ondernemingen. Iedere aannemer moet kunnen aantonen dat er geen fiscale schulden zijn.

Buitenlandse ondernemingen die geen toegang hebben tot MyMinfin, kunnen een attest aanvragen via telemarc@minfin.fed.be.

Werk je met een buitenlandse onderaannemer die personeel tewerkstelt in België, vraag dan steeds de volgende documenten op vóór betaling van de factuur:

  • geldige A1-documenten voor alle gedetacheerde werknemers;
  • bewijs van de Limosa-aangiften;
  • controle van de PDOK-status via Checkinhoudingsplicht.be;
  • attest waaruit blijkt dat er geen fiscale schulden zijn.

Ontbreken deze documenten of blijkt uit de controles dat er sociale of fiscale schulden bestaan, dan moet je de wettelijk voorziene inhoudingen verrichten en doorstorten aan de bevoegde instantie. Zo vermijd je dat je later zelf wordt aangesproken voor schulden van jouw onderaannemer.

Dialog

Tekst

Ok Annuleer